Voor ons is het de uitdaging om de kwaliteiten die een leerling uniek maken, zo goed mogelijk tot hun recht te laten komen in de maatschappij van vandaag en straks. Want iedereen – élke leerling – kan groeien. En elke leerling verdient een kans op groei. Daar werken we samen aan. Dag in, dag uit. En elke stap die we daarin zetten is een succes. Die successen – groot én klein – dat is waar we het voor doen. 
 
‘t Korhoen wordt momenteel bezocht door ongeveer 140 leerlingen in de leeftijdscategorie 12 – 20 jaar. Om in aanmerking te komen voor onderwijs op ‘t Korhoen is een toelaatbaarheidsverklaring nodig.
Onze leerlingen doorlopen tijdens hun ontwikkelproces binnen de school 3 fasen. Deze fasen zijn te vergelijken met de traditionele bouwen. Deze fasen zijn Basisvorming, Oriëntatiefase en Uitstroomfase. Per fase zijn er twee tot vier groepen. 
 
Basisvorming 
Leerlingen die op 12-jarige leeftijd op het VSO komen, starten met de basisvorming. Deze basisvorming duurt normaal gesproken twee jaar. In de basisvorming richten we ons op de schoolse vaardigheden, de leergebied overstijgende vaardigheden en praktische vaardigheden. De praktische vaardigheden worden geoefend in kleinere subgroepen. In het eerste jaar van de basisvorming betreft het een eerste kennismaking met een basispakket praktijkvakken. In het  tweede jaar van de basisvorming wordt het aantal vakken uitgebreid en wordt er gewerkt aan verder uitbreiden van (vakspecifieke) vaardigheden. De groepen in de basisvorming worden ingedeeld op basis van het ontwikkelperspectief dat door de Commissie van Begeleiding (CVB) wordt vastgesteld. 
 
Oriëntatiefase 
Na de basisvorming volgt de oriëntatiefase. Tijdens deze leerjaren wordt er verder gewerkt aan het vergroten van de competenties op de verschillende vakgebieden. De aandacht gaat in deze periode steeds meer uit naar praktische vaardigheden en sociale vaardigheid. De theorie die aangeboden wordt staat steeds meer in dienst van de dagelijkse praktijk. Er wordt dus steeds meer gewerkt aan praktisch rekenen en praktisch taal/lezen. Deze vaardigheden hebben tot doel het vergroten van de zelfstandigheid op het gebied van wonen en werken. Het is voor het zo zelfstandig mogelijk functioneren in de maatschappij belangrijk dat leerlingen kunnen klokkijken, dat ze kunnen omgaan met geld, maar ook dat ze verkeersborden kunnen lezen, met recepten om kunnen gaan etc.. Tijdens de oriëntatiefase gaan leerlingen in subgroepen, onder begeleiding van eigen personeel, de school uit om in een onbekende omgeving praktijkvakken uit te voeren. Dit noemen we Praktijk Op Locatie (POL). Hierbij moet gedacht worden aan schoonmaakwerkzaamheden, groenvoorziening, verzorging mens en dier, industrieel werk, etc. In twee jaar tijd maken de leerlingen kennis met 8 verschillende werkgebieden. Door al deze verschillende werkzaamheden buiten de school, in een reële werksituatie te ervaren, leren de leerlingen o.a. wat ze wel of niet leuk vinden om te doen en leren ze hoe zich te gedragen op een toekomstige stageplek. Dit is van belang omdat op ongeveer 16-jarige leeftijd, aan het eind van de oriëntatiefase, bepaald wordt naar welke richting een leerling waarschijnlijk zal uitstromen.

Uitstroomfase
In deze fase komt de nadruk vooral te liggen op het praktisch werken, gericht op de toekomst. In het eerste gedeelte van deze fase zal ongeveer 40% van de lestijd aan de cognitieve vakken en 60% aan werk en arbeid wordt besteed. Aan het einde van deze fase zal deze verhouding 20% voor de cognitieve vakken en 80% voor werk en arbeid zijn.
In de uitstroomfase gaan de leerlingen in het eerste deel van VSO 5 begeleid op stage naar stageplekken die voortkomen uit het uitstroomprofiel. Vanaf de laatste periode van VSO 5 gaan leerlingen zelfstandig stage lopen; dit is minimaal 2 dagen in één van de drie uitstroom mogelijkheden:
Uitstroomprofiel D à Belevingsgerichte dagbesteding: belevingsgerichte activiteiten onder intensieve begeleiding. (WLZ)
Uitstroomprofiel C à Beschermde vorm van werk: activerende activiteiten onder intensieve begeleiding. (WLZ)
Uitstroomprofiel B à Iets minder beschermde vorm van werk: arbeidsmatige activiteiten, sociale werkvoorziening. (WMO/Participatiewet)
Uitstroomprofiel A à Vrijere vorm van werk: het vrije bedrijf naar loonwaarde arbeidscontract. (WMO/Participatiewet).

Schoolverlatersgroep 
In de schoolverlatersgroep zitten in principe alle leerlingen die in dat jaar 20 jaar worden of in dat schooljaar van school af gaan bij elkaar. Tijdens dit laatste jaar wordt, onder begeleiding van de schoolverlaterscoördinator,  gekeken welke werkplek voor de leerling gerealiseerd kan worden. In dit proces wordt intensief samengewerkt met o.a. ouders/leerling, de toekomstige werkplek, de gemeente en verschillende instanties. School heeft in deze een voorlichtende en coördinerende taak. Met een begeleidings- overdrachtsplan en daaraan gekoppeld uitstroomprofiel proberen we de overgang van school naar werk zo vloeiend mogelijk te laten verlopen. De fase van de overgang van school naar werk kan langer dan één schooljaar duren.